stad

geslacht

herkomst

sociale status

gezinssituatie

jaargroep

Jeugdpaden Rotterdam

Onderwijsvormen

Op deze pagina tonen we de onderwijsloopbanen van Rotterdamse jongeren in de periode 2007-2021. Deze jongeren worden gevolgd vanaf het moment dat zij aan het eerste jaar van het voortgezet onderwijs beginnen. Opmerkelijk..

  • meer dan de helft van de jongeren start in het algemeen leerjaar voortgezet onderwijs, in 2011)
VWOHAVOVMBOalgo.vospeciaal..WOHBOMBOwerkendwerkloosverhuisdoverig..

Uitleg

De stromen die zichtbaar zijn in het figuur verbinden de onderwijsniveaus die de jongeren door de jaren heen volgen, maar laten ook zien of een jongere ‘doorstroomt’ naar een baan, werkloosheid of een overige reden (verhuisd, voortijdig schoolverlater, nietsdoend of onbekend). Aan de linkerkant van deze pagina is het mogelijk om de onderwijsloopbanen van jongeren met verschillende kenmerken (geslacht, herkomst, sociale status en gezinssituatie) te selecteren. Daarnaast kan de presentatie worden aangepast voor jongeren met verschillende startjaren in het voorgezet onderwijs. Ten slotte kunnen ook de onderwijsloopbanen van jongeren uit twee referentiesteden, Amsterdam en Den Haag, los worden gepresenteerd.

Definities

Ten behoeve van de doorstroomschema's is een variabele school/werkniveau aangemaakt. Deze variabele is opgebouwd uit drie andere variabelen, het schoolniveau (40 categorieën), schooluitval (twee categorieën), baan/uitkeringssituatie (acht categorieën), om uiteindelijk te komen tot 11 categorieën die een zo compleet mogelijk beeld geven van de doorstroom door het VO/speciaal onderwijs naar MBO/HBO/WO/volwassen onderwijs en werk/werkloosheid, waarbij we geprobeerd hebben het aantal categorieën beperkt te houden omwille van de wijze waarop de gegevens worden weergegeven in stroomdiagrammen. Uiteindelijk hebben we de volgende 11 categorieën gebruikt:

Speciaal Onderwijscombinatie van voortgezet speciaal onderwijs (REC), praktijkonderwijs (Pro) en volwasseneducatie
VMBOalle vormen van LWOO en VMBO bk/gt onderwijs inclusief Brugklas LWOO/VMBO bk en Brugklas VMBO gt
Algemeen leerjaar VOalle gecombineerde brugklassen waaruit doorstroming naar meerdere type VO (VMBO/HAVO/VWO) mogelijk is
HAVOinclusief Brugklas HAVO
VWOinclusief Brugklas VWO
MBOalle niveaus MBO (1, 2, 3 en 4)
HBO 
WO 
Werkendvoor jongeren van 18 jaar en ouder die geen onderwijs volgen op 1 oktober op het betreffende peilmoment en die werk hebben (als werknemer of zelfstandige) volgens de Polisadministratie (de polisadministratie van het UWV bevat gegevens van banen in een inkomstenperiode en is gebaseerd op data uit de loonaangiften).
Werkloos(voor jongeren van 15 jaar en ouder) geen werk (als werknemer of zelfstandige), wel inschrijving bij UWV werkbedrijf als niet-werkend werkzoekend.
overig niet schoolgaand (vsv/nietsdoend/onbekend)schoolgaand onbekend, voortijdig schoolverlater, thuiszitter. Daarnaast bestaat nog een 12e categorie die niet wordt weergegeven in de figuur en dat betreft de jongeren die ofwel zijn verhuisd naar een andere plaats in het jaar van meting, ofwel zijn overleden in het jaar van meting. Een deel van de eerste groep zien we overigens op een later moment vaak weer terugkeren. De omvang kan worden afgeleid uit de afname van het totaalaantal bij elke volgende meting binnen een cohort.
HerkomstIn de CBS-indeling naar herkomstgroepering worden personen ingedeeld op grond van hun geboorteland en dat van hun ouders. Autochtonen zijn personen van wie beide ouders in Nederland geboren zijn. Allochtonen zijn personen van wie minstens één ouder in het buitenland geboren is.
Sociale statusDe sociaaleconomische categorie van één van de juridische ouders (waarbij de ouder waarbij het kind staat ingeschreven het uitgangspunt vormt). Om de score op deze variabele te bepalen worden alle inkomsten in de verslagmaand uit de verschillende inkomensbronnen die de ouder heeft, met elkaar vergeleken. Het hoogste bedrag is in principe bepalend voor de sociaaleconomische categorie. Daarnaast wordt meegenomen of een persoon ingeschreven staat bij een onderwijsinstelling. Dat is mede bepalend voor de sociaaleconomische categorie. De laagste twee categorieën in deze indeling bepalen de status ‘Lage SES’.
GezinssituatiePlaats die een persoon inneemt in het huishouden. Tot de categorie eenoudergezin worden gerekend: thuiswonend kind in een eenouderhuishouden en ouder in eenouderhuishouden.